Vrijdag 2 september 2022 gaat in het holst van de nacht – half vier in de ochtend – de wekker. Een droom die we al hadden voor zo lang ik me kon herinneren gaat in vervulling; we gaan naar Ierland.
Een vakantie voorbereiden gaat echter niet zonder stress. Weken van plannen, eindeloze uren op Google Maps, elke busverbinding dertig keer gecontroleerd en uiteindelijk een complete zenuwinzinking hebben over het voorspelde weer, wat de hele week regen regen en nog eens regen voorspelde. Zodoende de tas maar vol gestouwd met regenkleding en hopen op het beste.
Om vijf uur staan oma en haar vriend Henk voor de deur om ons naar Amsterdam te brengen. Maandenlange nieuwsberichten van horror scenario’s op Schiphol, ellenlange rijen bij de security en verloren geraakte bagage zit in ons achterhoofd, maar je kan niet meer doen dan op tijd komen en je bagage voorzien van stickers en GPS tag. Zo gezegd, zo gedaan, maar eenmaal op Schiphol aangekomen bleek de stress voor niets. Eerst een uur rustig wachten bij een bijna verlaten incheckbalie, dan op ons dooie akkertje door een security rij van 20 minuten, en daarna nog een rustig uurtje veel te dure koffie nuttigen in de vertrekhal. De vlucht was wat vertraagd, maar rond half elf lieten we toch echt de landingsbaan achter ons en klommen we omhoog richting Noordzee.
De vlucht verliep voorspoedig, op de landing na, waar onze oren op zeer pijnlijke wijze lieten weten het niet eens te zijn met het cabinedruk verschil. Maar toen zagen we het schiereiland Howth, en hoe de Ierse zee op de klippen beukte, en begon het door te dringen; we zijn er écht.
Na een ietwat chaotische lunch op Dublin Airport was het zoeken naar een bus richting Bray, waar we onze Airbnb geboekt hadden. Na nog wat minuten vruchteloos van de ene terminal naar de ander gesjokt te zijn, werden we dor een paar behulpzame dames plotsklaps naar een bus gestuurd die ergens die kant uit ging, en we hadden drie minuten om die te halen. Zodoende de bagage in de buik van de bus gegooid en maken dat we aan boord kwamen.
We kwamen er snel achter dat de lokale Ieren absoluut vriendelijke mensen zijn, op buschauffeurs na. Deze beste man was de eerste die we troffen van velen die ons kortaf en nors aanspraken. Buschauffeur zijn in deze contreien is blijkbaar een hard beroep.
We kwamen in aan
Bray en ons restte een wandeling van een minuut of twintig om bij
onze Airbnb te komen. Moe, kapot, versleten maar tevreden kwamen we
aan en werden warm begroet door Helen, onze gastvrouw, die het huis
deelt met haar platonische vriend Gerry.
We hebben de
bagage naar onze kamer boven gesleept en ploften dankbaar op de
comfortabele bedden neer, om vervolgens de rest van de middag buiten
westen door te brengen. Tegen etenstijd begaven we ons naar de Aldi
verderop voor de nodige proviand, vulde de magen met een instant
curry en vlogen na een aflevering Stranger Things terug het nest in.
_______________________________________
Op zaterdag trokken we de regenkleding aan en kregen we van Gerry een lift naar de Bray to Greystones Cliff Walk – een wandelroute die zicht tussen de kust van de Ierse zee en de heuvel van Bray Head slingert. In de broek van mijn regenpak bleek een flinke scheur bij de naad te zitten en tegen de tijd dat we terug waren was die van tailleband tot kruis door gescheurd. Dat kon dus richting prullenbak. Ik ben toch blij met mijn vooruitziende blik en de extra regen poncho die ik toch maar had ingepakt en mijn redding werd voor de rest van die middag.
Ondanks de regen hebben we toch een prachtige route bewandeld. Geholpen door onze wandelstokken ontweken we meters wijde regenplassen op het modderige pad, en verwonderden we ons over het gemak waarmee de lokale bevolking deze paden bewandelden.
De lokale vogels zijn uitgebreid op foto vastgelegd door Ma, maar de camera werd al snel te nat om te gebruiken en verdween weer de tas in.
We hebben het pad zo’n drie kilometer gevolgd alvorens terug te keren naar Bray, smachtend naar een warme lunch, wat we uiteindelijk vonden bij een tent genaamd Wilde aan de promenade, waar we een verkwikkende kom champignonsoep op lepelden en voetbal konden volgen op TV.
De bus terug naar de Airbnb was snel weer gevonden. Nog een dutje, spaghetti bolognese als avondeten, nog een aflevering Stranger Things, en zo was de eerste echte dag vakantie alweer voorbij.
______________________________
De zondag kwam en de
lucht was, tot onze opluchting, blauw en de heuvels buiten ons
slaapkamerraam zonovergoten.
Ongeveer een half uurtje lopen van
ons adres af vonden we Killruddery House. Een groot landhuis met
indrukwekkende tuinen, waar we prachtig in konden verdwalen.
Blijkbaar waren er filmopnames gaande van één of ander zoetsappige
romance met Lindsey Lohan in de hoofdrol. In en rond het huis was
allerhande film apparatuur te zien en de pittoreske tearoom in de
serre was omgetoverd tot kitscherige filmset van een trouwlocatie met
heel veel roze.
Een mevrouw met een roze jasje tuurde door het
raam van de serre en trok een gezicht. ‘Niet mijn smaak.’ zei ze.
We gaven haar groot gelijk.
Verderop in het park vonden we
een pad die naar een rotsige heuvel leidde en uitkeek op het huis en
de tuinen. Daar vonden we de dame met het roze jasje weer, zittend op
een rots, genietend van het uitzicht. We kwamen naast haar te zitten
en raakten gezellig aan de praat.
Ze vroeg ons naar onze
motivatie om Ierland te bezoeken, en we vertelden haar dat onze
liefde voor het land begon met de muziek van onder andere Riverdance.
De mevrouw vertelde ons daarop dat Riverdance toevallig deze week te
zien was in het Gaiety theater in Dublin. Ze ging er zelf deze week
naartoe met haar dochter.
Het idee om naar Riverdance te gaan klonk voor ons als de kers op de taart voor onze vakantie.
De mevrouw was
vastbesloten om ons vast in de sfeer te brengen. Ze pakte haar
mobiel, zocht de Riverdance theme op, pakte Ma’s handen beet en nam
haar mee in een spontane dans. Zodoende stonden we met z’n drieën
– ma, ik en een wildvreemde dame – als een stel gekken te dansen
en te hupsen op een rots bij Killruddery gardens. We hebben haar
vervolgens een dikke knuffel gegeven, en de dame liep weer terug naar
de tuinen. We hebben nog een goede vijf minuten absoluut verbluft op
die rots gestaan, en grapten dat we een echte Ierse fee hadden
ontmoet.
1 ding was zeker; we moesten en zouden deze week nog
naar Riverdance. Zodra we bij onze accommodatie terug waren hebben we
gelijk de tickets geboekt voor de komende dinsdag.
_____________________________________
De maandag begon met grijze luchten en bedompte regen.
Gezien we de dag ervoor bijna tien kilometer hadden afgelegd, waren
de benen flink pijnlijk aan het worden en besloten we een rustdag in
te lassen. We draaiden een wasje en besloten in de middag nog een
korte wandeling te maken in de buurt. We hadden op Google Maps gezien
dat een straat of twee verderop een ruïne was van een oude
kasteeltoren, en hadden besloten dat op te zoeken.
We namen wel onze
wandelstokken mee, gezien de zere benen. De navigatie stuurde ons
merkwaardig om en alle paden liepen dood. We zwierven zo een tijdje
door de buitenwijk, waar we toch redelijk werden aangestaard omdat we
daar met wandelstokken liepen. Toen we uiteindelijk de toren in het
vizier hadden, kwamen we erachter dat het omgeven werd door
ondoordringbare hekken en alle paden die er ooit naartoe leidden
waren dicht gemetseld met grijze stenen muren. Een beetje ontgoocheld
zijn we verder gelopen in de miezerende regen naar de Lidl om nog wat
boodschappen te halen en keerden terug naar de Airbnb. Daar kregen we
te horen dat de toren recentelijk was afgesloten om hangjongeren
tegen te gaan. Met gebrek aan verdere plannen hebben we onze spel
kaarten tevoorschijn gehaald en hebben de middag versleten met elkaar
verslaan met potjes Pesten. De eindstand was 4 tegen 1 voor mij.
_______________________________________
Gezien we de dinsdagavond naar Riverdance zouden gaan, besloten we er een middagje Dublin eraan vast te plakken. We pakten de trein naar de stad met een vaag plan om in elk geval door de laantjes van St Stephen’s Green park te slenteren, Trinity College te bewonderen en de aangrenzende beroemde Grafton Street winkelstraat te ontdekken.
De regen
gooide helaas roet in het eten van de meeste plannen. Ons bezoekje
bij Trinity College ging niet verder dan de binnenplaats, waar we
door de drukte snel weer verder liepen en uiteindelijk schuilden bij
een Burger King voor de lunch. Een paar minuten Googlen later vonden
we een adres om de rest van de middag droog door te brengen, en
wandelden verder naar het Dublin Archeologisch museum. De entree was
gratis, maar in de souvenirwinkel aldaar zijn wel de nodige euro’s
besteed.
Het museum was een prima middagvulling, maar vooral mijn benen kregen wederom last van vermoeidheid. Toen we het museum verlieten was het gelukkig weer droog en gingen we op zoek naar een drogist om iets te halen tegen de spierpijn. Een pijnstiller en een welverdiende pauze op een bankje bij St. Stephen’s Green later kon ik er weer tegenaan. In het park zijn de nodige meeuwen, duiven en een reiger op de foto gezet. De zoektocht ging langzamerhand naar een goedkoop restaurant voor het avondeten. We vonden er eentje op de hoek van het Gaiaty theater, wat gerund werd door Amerikanen en waar we een bord pasta met pesto en kip naar binnen hebben gewerkt voor weinig geld.
We bezochten nog
even snel een prachtig overdekt winkelcentrum tegenover het theater
waar we verdere souvenirs insloegen en even later bevonden we ons in
het prachtige Victoriaanse Gaiety theater. We hadden prima stoelen
geregeld aan de zijkant van de voorste box.
De show zelf
was fenomenaal. We hebben de New York show uit 1996 wel duizenden
keren bekeken op videoband, maar ondanks het feit dat bij deze versie
het dansezelschap was kleiner was en het live orkest bestond uit
slechts drie dames, is alsnog het echte werk niet te evenaren. De
eerste helft van de show volgde de setlist die we goed kenden, maar
in de tweede helft werden we verrast met aardig wat nieuw werk. Tegen
het einde waren onze handen lam van het applaudisseren en kreeg het
gezelschap een welverdiende staande ovatie.
We vonden een bus terug naar Bray en stapten tegen middernacht weer ons bed in.
__________________________________
De dag erna stond een bezoek aan het feeërieke Powerscourt House op het programma. Het plan was om de bus te pakken naar het nabijgelegen dorpje Enniskerry maar dat bleek nogal een uitdaging. De bus die we gepland hadden te pakken kwam stomweg niet aan en we werden door een lokale buschauffeur verteld dat de volgende pas over een uur kwam. Om de tijd te doden zijn we dan nog maar even naar het strand en de promenade achter het station gewandeld en de golven van de Ierse zee bewonderd in het zonnetje.
We keerden terug
naar het station maar helaas moest het noodlot een keer toeslaan.
Ma’s enkel klapte dubbel bij het afstappen van een stoeprand en lag
ze ineens op straat met een geschaafde knie.
Door de chaos van
de val kregen we het voor elkaar om bij de verkeerde bushalte te
staan en de bus naar Enniskerry reed zonder ons weg. Het lokale
openbaar vervoer zat ons intussen tot hier en verder, dus pakten we
maar een taxi.
Een vriendelijke
taxichauffeur van Lyft bracht ons tot aan de poorten van Powerscourt
Estate. Achteraf gezien was het maar goed dat we de wandeling van
Enniskerry naar Powerscourt niet aan waren gegaan, want alles ging
stijl bergopwaarts en met Ma’s enkel in de kreukels hadden we dat
nooit gered.
Powerscourt was prachtig en we hebben het
redelijk droog gehouden totdat we aankwamen bij de Japanse tuin, waar
het begon te stortregenen. De paraplu’s kwamen tevoorschijn en we
hinkten verder naar het schattige Peperpot torentje. Maar alles was
maar nat en klam en Ma’s enkel werd er niet beter op. We maakten
dat we bij het koffiehuis kwamen, en voorzien van twee enorme koppen
warme chocomel met marshmallows probeerde ik een taxi terug te boeken
via de Lyft app. De boeking gaf netjes aan dat een taxi in ongeveer
twintig minuten er zou zijn, maar op één of andere manier kreeg ik
twee bevestigingsmailtjes. We zijn bij de poort gaan wachten… en
wachten… en wachten… en geen taxi te bekennen. Ruim een uur en
twee geïrriteerder telefoontjes naar Lyft later, bleek dat ze eerst
per abuis twee taxi’s geboekt hadden, (vandaar de dubbele
bevestiging in de mail), toen alle twee geannuleerd hadden, en daarna
stomweg zeiden dat ze geen taxi’s beschikbaar meer hadden. Daar
stonden we dan gestrand te zijn.
We gingen terug naar
binnen waar we de receptionist nog net konden aanspreken voordat ze
weg ging, en ze wist voor ons een alternatieve taxichauffeur te
regelen. Een paar minuten later kwam een oud Iers baasje uit
Enniskerry zelf met geen tand meer in z’n mond ons redden en zette
ons netjes af bij de Airbnb.
‘S avonds toen wij net op bed lagen kwamen de eigenaren van de Airbnb pas weer thuis. Ik bracht ze op de hoogte dat Ma er bij lag met een pijnlijk pootje en gelijk werd er een koud kompres en een steunsok tevoorschijn getoverd en konden we voor de volgende dag zelfs een paar krukken lenen die ze toevallig nog hadden liggen. De goede zorgen van Gerry en Helen zullen we niet gauw vergeten.
_____________________________________________
We hadden voor donderdag een bus tour geboekt van Dublin naar het plaatsje Glendalough, diep in de Wicklow Mountains. Met Ma’s enkel ging het gelukkig stukken beter en bleek het niet meer te zijn als lichtelijk verzwikt. Toch stond Gerry erop dat we de krukken meenamen.
De wekker ging om vijf uur in de ochtend, gezien de bus in Dublin al rond achten vertrok. We namen eens weer de trein naar de stad en vonden de bus van Paddywaggon Tours bij The Spire – een 121 meter lange paal die ook wel door de lokale bevolking de Stiletto in the Ghetto en de Stiffy by the Liffey word genoemd.
De bus zat vol met toeristen en vooral Amerikanen. Onze chauffeur vermaakte ons met verhalen en weetjes over de omgeving met zijn fantastische verhalenstem tijdens de rit. In de bergen was het nat en mistig maar de smalle weggetjes, omlijnd door lage stenen muurtjes maakte de rit best spannend. We stopten even bij Loch Tay, ook wel bekend als het Guinness meer. Blijkbaar was dit waar de set van Kattegat uit de serie Vikings was gebouwd. Er was echter geen viking meer te zien. Er was weinig te zien sowieso door de mist, helaas. Maar juist op het moment dat de buschauffeur ons weer terug riep om de rit voort te zetten, trok de mist opeens genoeg weg uit de vallei om ons toch nog te trakteren op een spectaculair uitzicht over het meer.
Eenmaal in Glendalough kregen we te horen slechts anderhalf uur te hebben om daar rond te lopen, en het weer bleef helaas aan de natte kant. We liepen een rondje door de oude ruïnes en de begraafplaats, verder naar het meer en langs een waterval, en veel te snel moesten we weer omkeren om weer op tijd bij de bus te zijn.
Terug in Dublin stond Ma te springen om een kop koffie maar hoewel Talbot Street op Google Maps aangaf kroegjes in overvloed te hebben, bleek het in realiteit een redelijk onguur straatje te zijn waar de gezellig uitziende tentjes dun gesmeerd bleken. We vonden aan het einde richting Connoly Station toch een kroeg die wel oké aanvoelde, maar die geen koffie meer had. We legden ons dan maar weer neer bij een kop thee. Het verwarmde in elk geval de klamme lijven, alvorens de trein weer te pakken naar Bray, waar we maar vast bezig gingen met inpakken.
____________________________________
En
zo is een week alweer voorbij en besteed je de hele vrijdag met thuis
komen. Helen was helaas al weg naar haar werk, maar we hebben nog wel
een bloemetje en luxe repen chocola aan Gerry kunnen geven en ze
hartelijk bedankt voor hun gastvrijheid.
De trein naar
Dublin was intussen een bekende. In Dublin vonden we een bus naar het
vliegveld, maar we erachter kwamen dat onze vlucht minstens een uur
vertraagd was. Na lang wachten lieten we eindelijk rond half vijf
Ierland achter ons en vlogen we zonder verdere problemen terug naar
Amsterdam, waar ome Ron ons ophaalde en rond half tien thuis weer
afzette.
Reacties
Een reactie posten